Inleiding

Bronvermelding

Onderstaand overzicht is gemaakt op basis van het boek ‘Van maansikkel tot rijzende zon’ van Prof. dr. TH.P. van Baaren.

Deze professor is geboren in 1912 en studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit in Utrecht en was hoogleraar in Groningen in de Godsdienstwetenschap.

Wat tussen haakjes is geplaatst zijn toelichtingen van de nieuwe auteur.

Oorsprong van alle grote Wereldreligies

Alle invloedrijke wereldreligies hebben een Aziatische oorsprong.

Het Jodendom, Christendom en Islam hebben hun oorsprong in het nabije Oosten en het Boeddhisme komt uit India.

Het Joden en Christendom zijn al heel lang geëmigreerd en hebben een enorme invloed op Europa en de wereld.

De Islam heeft zich over de wereld verspreid maar heeft nooit haar greep verloren in de gebieden van haar oorsprong en groei.

Ook het Boeddhisme is voor het grootste deel uit haar land van oorsprong verdwenen en heeft zich verspreid in oostelijke richting naar landen als China en Japan. Het Boeddhisme is een Aziatische godsdienst gebleven terwijl het Joden en Christendom voor een groot gedeelte zijn geëuropeaniseerd.

Het Hindoeïsme in India, het Confucianisme en Taoïsme in China en het Shintoïsme in Japan zijn ook van oorsprong Aziatische godsdiensten.

Grootste Wereldreligies

Aldus Prof. dr. TH.P. van Baaren zijn de grootste drie wereldreligies ontstaan in de volgende chronische volgorde:

Boeddhisme, Christendom en de Islam. Deze drie godsdiensten rijzen boven alle andere godsdiensten uit waarvan het Christendom en de Islam overeenkomsten met elkaar hebben. Bij het ontstaan van beide religies heeft Israël een grote rol gespeeld. Beide godsdiensten vereren één God die de Schepper van hemel en aarde is. Beide godsdiensten scheuren los van elkaar wat betreft de betekenis en rol van Jezus Christus. De Islam gelooft niet in Zijn verzoenende en reddende kracht.

Het Boeddhisme staat lijnrecht tegenover het Christendom en de Islam en is een heel ander type godsdienst. Westerse geleerden zien de leer van Boeddha ook meer als een filosofie dan als een religie. Ondanks dat het Boeddhisme in zijn empirische vorm talloze goden aanbid.

Oorzaken van Impact

Alle grote wereldreligies hebben impact veroorzaakt door zending.

Het is een algemeen bekend feit dat deze drie grote wereldreligies weinig vat op elkaar hebben gehad in de afgelopen eeuwen. Overgangen van de ene naar de andere godsdienst komen niet veel voor. [Dit is geen garantie voor de toekomst. Het kan zijn dat ‘de God van de ware Godsdienst’ over de gehele aarde mensen ’tot Zich trekt’ voordat een mogelijke voltooiing gaat plaatsvinden. Dit als onderdeel van Gods plan en uiteindelijke doel].

Het ziet er niet naar uit dat de godsdienst binnenkort van de aarde verdwenen zal zijn. Enige kennis van de grote wereldgodsdiensten is dan ook een noodzakelijk onderdeel van de algemene ontwikkeling.

Deze kennis kan voorkomen dat:

Het moet ons behoeden voor een hautaine miskenning van andere godsdiensten waarmee we anderen kwetsen en onszelf schaden. En het moet ons beschermen voor mogelijke schade van de geestelijke gezondheid van ons eigen werelddeel. [Godsdiensten kunnen elkaar overrulen door zending en gebrek aan kennis. Dit kan een gevaar opleveren voor de identiteit van een land en haar bevolking].

Kennis moet ons Behoeden en Beschermen

Toelichting

Onderstaande toelichting is van de huidige schrijver.

Het is juist dat [de basis] van het Boeddhisme vóór het Christendom is ontstaan.

De basis van het Christendom is echter al vóór het Boeddhisme ontstaan.

De Bijbel van het Christendom laat zien dat in het begin van de schepping God een nauwe omgang had met de eerste mensen. Vanaf het begin waren de eerste mensen bekend met de Ene en Waarachtige God. Vanaf het begin betrekt God mensen in Zijn plan en openbaart Hij aan mensen wat Hij gaat doen in de toekomst.

Zo belooft God aan Noach dat Hij nooit meer een zondvloed zal laten komen. God belooft aan Abram dat hij ‘de vader van een groot volk’ zal worden en waar uiteindelijk de Redder der volkeren, de Messias Jezus Christus uit is voortgekomen. Verhalen over de zondvloed komt in meerdere religies voor.

God openbaart en voorspelt in de tijd van het Oude Testament meerdere malen dat Jezus geboren zal worden als een ‘eeuwige Vader, een eeuwige Redder, Verlosser en Raadsman’. Deze voorspelling gaat in vervulling in de tijd waarover is geschreven in het Nieuwe Testament van de Bijbel.

Overzicht volgens de Bijbel van het Christendom:

  1. Nauwe wandel tussen God en de eerste mensen: de basis van het Christendom.
  2. Zondeval, mensen dwalen van God af en gaan zelf goden creëren en vereren.
  3. Zondvloed.
  4. Gods belofte van trouw.
  5. Mensen gaan meerdere goden dienen: het ontstaan van meerdere overtuigingen waaronder [de basis] van het Boeddhisme en het Jodendom.
  6. God kiest het volk Israël uit om Zijn Wezen te openbaren tot inzicht, kennis en redding voor de hele wereld.
  7. Het ontstaan van het Christendom na de geboorte van Jezus Christus.
  8. Het ontstaan van de Islam.

Sinds de eerste mensen zijn er door de gehele geschiedenis heen steeds meer overtuigingen, religies en stromingen ontstaan.

Islam

Arabië vóór de Islam

Een groot deel van Arabië was onvruchtbaar wat tot veel uittochten en volksverhuizingen heeft geleid. Arabië is zover wij weten de wieg van het Semitisch ras en de vloedgolf van de Islam.

Je bent een Semiet als je deel uitmaakt van de hedendaagse Semitisch sprekende volkeren die leven in het huidige Midden-Oosten, Ethiopië, Eritrea, en Noord-Somalië. De term is in 1781 geïntroduceerd door een Duitse historicus. Het woord Semiet komt van Sem, een van de drie zonen van Noach.

Van de Arabische godsdienst voor de Islam is weinig bekend. Men vereerde verschillende goden waaronder de zon, de maan en de planeet Venus. In Mekka was Allah de belangrijkste god. Mohammed heeft deze naam bewaard voor zijn eigen godsdienst.

Over het leven van Mohammed zijn weinig zekere gegevens bekend. Vooral de eerste jaren van zijn predikingen liggen vrijwel volledig in het duister.

Profeet

Mohammed wordt gezien als een profeet die geboren werd rond het jaar 570.

Legende

De legende gaat over een bovennatuurlijke ervaring dat twee mannen in witte gewaden Mohammed als jongen neersloegen, zijn buik open sneden en zijn hart reinigden.

In deze legende herkennen we een motief bij de inwijding tot sjamaan. In een droom of visioen beleeft de kandidaat tot dit ambt soortgelijke ervaringen waarvan de zin is dat hij een ander, nieuw mens wordt. Tussen de sjamanen en profeten lopen verschillende verbindingslijnen.

Ontmoeting

Mohammed maakte op twaalfjarige leeftijd een reis naar Syrie met zijn oom. Tijdens zijn reis ontmoette hij een monnik. Deze ontmoeting is van grote invloed geweest.

Waarschijnlijk heeft Mohammed een vrij moeilijke en arme jeugd gehad.

Huwelijk en Verandering

Zijn sociale positie verbeterde toen hij als karavaan leider in dienst trad bij een rijke weduwe Chadïdja. Hij maakte veel indruk op haar. Ze vroeg Mohammed ten huwelijk ondanks dat ze vijftien jaar ouder was. Het werd een gelukkig huwelijk waar ongeveer vijf kinderen werden geboren.

Roeping

Rond het jaar 610 ontwaakte Mohammed een profetische roeping.

Tijdens retraites in de eenzaamheid van de bergen rondom Mekka verscheen aan Mohammed in een visioen de engel Gabriël.

Deze engel hield hem een stuk zijden brokaat voor waarop stond geschreven ‘Lees!’.

We moeten hierbij denken aan: ‘Lees hardop’. Het Arabische woord wordt hier vertaald met ‘reciteren’. “Wat moet ik lezen ” vroeg Mohammed. De engel sprak drie maal hetzelfde woord waardoor Mohammed de druk voelde toenemen. Toen ging de engel hem voor en sprak: “Reciteer in de naam van uw Heer die de mens schiep uit een klonter bloed”. “Reciteer! Uw Heer is zeer verheven, die door de mens de pen heeft geleerd, en hem leerde wat hij niet wist”.

Deze woorden vormen de beginwoorden van hoofdstuk 96 in de Koran.

De nacht waarin Mohammed zijn openbaring ontving staat bekend om ‘de nacht van het goddelijk raadsbesluit’.

Verkondiging

Mohammed begon in Mekka zijn openbaringen te verkondigen. Het aantal bekeerlingen was in beginsel klein. Hij maakte weinig indruk en werd gezien als een zonderling. Hij ondervond veel steun en begrip bij zijn vrouw. Ook slaagde hij erin om een aantal invloedrijke mensen voor zijn nieuwe godsdienst te winnen.

Eenmaal heeft Mohammed geprobeerd om zijn positie te verbeteren door een concessie te doen aan de Mekkanen en om de drie vereerde godinnen als een soort van speciale voorspreeksters van Allah toe te kennen.

Maar heel spoedig verscheen opnieuw aan Mohammed de engel Gabriël die hem hierover berispte omdat deze weg niet aan hem door Allah was geopenbaard.

Intussen had Mohammed een kleine groep aanhangers gekregen in de stad Jathrib, tegenwoordig Medina genoemd, ten Noorden van de stad Mekka.

Dit wordt ‘de stad van de profeet’ genoemd.

Islamitische Jaartelling

Mohammed had in deze stad relaties omdat er nog verwanten woonden. Na zorgvuldige onderhandelingen week naar deze stad uit in de nacht van 15 op 16 juli in het jaar 622.

Deze gebeurtenis, de hidjra, is de begindatum geworden van de islamitische jaartelling.

Het optreden van Mohammed in Mekka was gekenmerkt door profetische inspiratie die van geen compromis wou weten.

Eerste Moslim Gemeenten

Er begint een periode van organisatorische en diplomatieke bedrijvigheid waarin de moslimse gemeenten geconstitueerd werden en een stabiele vorm als instituut kregen.

Teleurstelling

Van belang in die periode waren in de eerste plaats de stammen van de joodse arabieren. De profeet zocht bij hen aansluiting in de verwachting dat ze zijn roeping zouden erkennen. Helaas ondervond hij een diepe teleurstelling. De joden wezen hem niet alleen af maar vielen hem ook aan op allerlei punten van zijn leer.

Het gezag van Mohammed groeide gestadig in Medina.

Missie

Mohammed verloor zijn plan om naar Mekka terug te keren niet. Hij wilde daar het stedelijk heiligdom, de Kaäba, tot heilig middelpunt van de Islam maken. Sinds het vertrek van Mohammed heerste er tussen de twee steden oorlog.

In 628 stuurde Mohammed een kleine groep pelgrims naar de Mekkaanse heiligdommen.

Mohammed als Persoon

Over Mohammed wordt gezegd dat hij een gecompliceerd persoon was, overtuigd van zijn roeping. Hij stond bekend als eerlijk en een groot man met veel gaven en talenten, maar ook niet vrij van verschillende gebreken.

Mohammed voelde zich geroepen om de ware godsdienst aan de arabieren te verkondigen. Hij vereerde grote mannen zoals Abraham, Mozes en Jezus maar gaf aan zelf ‘het zegel der profeten’ te zijn. Als laatste en afsluitende openbaring die alle voorgaande openbaringen overtrof.

Krijgsheer

Was Mohammed ook een krijgsheer?

Deze informatie is afkomstig uit een andere bron.

Een moslimgeleerde heeft dat ooit eens doorgerekend. Van de tweeëndertig jaar dat Mohammed zijn taak als profeet volbracht, wijdde hij 200 dagen aan krijgsverrichtingen. Dat is zo’n 1,7% van zijn tijd. Nu woonde Mohammed de eerste tweeëntwintig jaar daarvan in Mekka en daar bekleedde hij geen bestuursfunctie. Alleen de laatste tien jaar in Medina zat hij in een situatie waarin hij geweld kón gebruiken. Maar dan nog: 200 dagen in tien jaar is zo’n 5,5% van zijn tijd.

De wijze waarop Mohammed Mekka innam, laat zien waar zijn werkelijke talent lag: in de diplomatie. Het lijkt erop dat hij die vaardigheid bij zichzelf niet zo heel goed herkende, gezien het mislukken van het beleg van Ta’if en de volkomen onnodige en slecht voorbereide expeditie naar Taboek.

Mohammed was dus wel krijgsheer, zoals iedere leider in zijn samenleving wel een beetje krijgsheer in zijn vrije tijd moest zijn, maar hij was bepaald geen uitblinker.

Bron: mainzerbeobachter.com.

Wonderen

[Jezus was een Man die grote wonderen deed. De Bijbel leert dat Hij ‘de Naam boven alle namen is’]

Als men Mohammed om een wonder vroeg dan gaf hij aan dat de Koran dit wonder is.

Koran

Het heilige boek van de Moslims is de Koran. Dit betekent ‘hetgeen gereciteerd moet worden’. De Koran geldt voor de Moslims als het letterlijke woord van Gods dat Allah door bemiddeling van de engel aan Mohammed wordt voorgezegd. Telkens wordt een godsspraak ingeleid met een kort commando: ‘zeg!’.

De Koran is opgedeeld in hoofdstukken, Soera’s.

De hoofdstukken, de Soera’s, zijn niet chronologisch of systematisch geordend, maar achter elkaar geplaatst in de volgorde van lengte met de grootste voorop. Dit is een principe dat vroeger vaker werd toegepast.

De brieven van Paulus in het Nieuwe Testament van de Bijbel zijn volgens hetzelfde principe gerangschikt.

De latere hoofdstukken uit Medina staan daarom voor in de Koran en de oudere Mekkaanse achteraan.

De Koran is geschreven in rijmende proza, in dezelfde vorm waarin de voor mohammedaanse Arabische waarzeggers hun spreuken kleden.

Een voorbeeld uit hoofdstuk negentig: “Wie maakte hem de lippen wijd? En wie heeft hem op de kruisweg geleid?”…

Mohammed heeft zijn openbaringen niet zelf op schrift gesteld. Er zijn veel van zijn uitspraken door getrouwen van hem opgeschreven.

Uitbreiding van de Islam

Tijdens het leven van Mohammed had de Islam zich al behoorlijk uitgebreid in Arabië. Het schijnt dat de profeet ook al plannen had voor een veldtocht naar het Noorden tegen het Oost-Romeinse Rijk Byzantium.

Na de dood van de profeet in 632 volgde Aboe Bakr hem op als eerste kalief. Hij was succesvol en herenigde heel Arabië onder zijn heerschappij.

[Kalief is opvolger]

Aboe Bakr werd opgevolgd door Omar. Hij werd na tien jaar vermoord.

Zijn opvolger was Othman uit het Mekkaanse geslacht. Zijn militaire reputatie was slecht. Onder zijn bewind begon zich een innerlijke tweespalt te vertonen die tot na zijn dood in 656 tot een schisma leidde en nog steeds bestaat.

[Schisma is scheuring]

Twee Partijen

De ene partij van Moe ‘awijah werd onder andere gesteund door de lievelingsvrouw van Mohammed en de andere partij wilde alleen een opvolger uit het geslacht van de profeet en koos Ali.

Dit leidde tot een broederstrijd waarin Ali militair de overhand had.

Ali liet zich echter overhalen om de zaak op vreedzame wijze door een scheidsgerecht te laten beslissen. Dit kostte hem een deel van zijn aanhangers en een nederlaag.

Het werd als een zonde gezien dat Ali een beslissing aan menselijke rechters overliet in plaats om dit aan Allah voor te leggen.

De ene partij van Ali werd ….sji’ a genoemd wat ‘partij’ betekent, de Sji’ ieten, en de andere extreme partij staan bekend als de Charidjieten.

Charidjieten is ‘de afgescheidenen’.

De zegevierende groep waren de Omajjaden.

Tegenover de Sji’ ieten staan de Soennieten: degenen die zogenaamd de ‘rechte weg der vaderen willen bewandelen’ en tegen vernieuwing zijn.

Heilige Oorlog

Hoewel de betekenis van de Heilige Oorlog als leerstuk in de Koran omstreden is, kan de praktische betekenis ervan in de eerste eeuwen van het bestaan van deze godsdienst moeilijk overschat worden.

Dat wil niet zeggen dat er niet eveneens redenen van economische aard waren die de Arabieren in de zevende eeuw zoals reeds enige malen eerder tot een massale uittocht dreven, maar het was het principe van de Heilige Oorlog dat van een ongeregelde volksverhuizing een doelbewuste veroveringsbeweging maakte. Opvallend was het ordelijk karakter van de verovering. Er kwamen wel eens roof en moordpartijen voor maar dit waren uitzonderingen.

Grote Bloei

De negende en tiende eeuw waren voor de Arabisch Islamitische beschaving een tijdperk van grote bloei. Er waren diverse vormen van kunst. De bouwkunst stond op een hoog peil. Ook de wetenschap nam een hoge vlucht.

De Islam heeft zich inmiddels uitgebreid over een groot deel van de wereld.

De Leer van de Islam

De geloofsbelijdenis van de Islam in één zin samengevat: ‘Allah is de enige God en Mohammed is zijn gezondene. Dit is de eerste belijdenis van de vijf zuilen. Een drie godendom zoals men in het Christendom kent is in de Islam een gruwel.

Soera, oftewel hoofdstuk 112 schrijft: ‘Zeg: Hij is Allah is één. Allah is de eeuwige. Niet heeft Hij verwerkt noch is Hij verwekt. En niet één is aan Hem gelijkwaardig.

[Dit is een groot verschil met het Christendom waarin de Bijbel leert dat God Zijn Zoon zond om de wereld te redden en waarin de Vader, de Zoon en de Heilige Geest als een krachtige Drie-eenheid samenwerken alhoewel het woord Drie-eenheid niet letterlijk wordt genoemd. Een voorbeeld staat in Genesis waarin de Bijbel spreekt in meervoud vorm: ‘Laat Ons mensen maken’].

De Vijf Zuilen

De eerste zuil is de geloofsbelijdenis.

De tweede zuil zijn de rituele gebeden.

De derde zuil is het geven van aalmoezen.

De vierde zuil is het vasten tijdens de ramadan.

De vijfde zuil is de pelgrimstocht naar Mekka.

Een ezelsbruggetje wat hierbij kan worden gebruikt is:

Geloof Geen Lieve Vastende Bedelaars.

Geloofsbelijdenis, Gebed, Liefdadigheid, Vasten, Bedevaart.

Bij het samenstellen van de Vijf Zuilen zijn meerdere bronnen geraadpleegd.

Bevindingen

Over het algemeen is de Koran een moeilijk leesbaar boek.

De Bijbel van het Christendom komt meer georganiseerd over. Het begint met het scheppingsverhaal en eindigt met de eindtijd en de wederkomst. Het leest ook wat makkelijker weg. Ook is de Bijbel meer onderbouwd met (vervulde) profetieën, historische feiten en geschiedenis zoals in het boek Lucas.

De Koran staat niet zoals in de Bijbel vol van aandoenlijke gebeurtenissen, verhalen en ervaringen maar is meer een verregaand gereconstrueerd systeem van vaak moeilijk leesbare gedachten. Er is hier geen chronologische volgorde van gebeurtenissen. Een uitvoerig persoonlijk gesprek zoals de Heer Jezus met de Samaritaanse vrouw aan de Jakobsbron had zal men in de Koran tevergeefs zoeken.

Overige verschillen tussen de Koran en de Bijbel zijn het aantal schrijvers en de tijdsperiode. De Bijbel is door meerdere schrijvers samengesteld over een langere periode en is desondanks toch op wonderlijke wijze in harmonie met elkaar.

Om een goede vergelijking te kunnen maken zou men zowel de Koran als de Bijbel kunnen aanschaffen en met elkaar kunnen vergelijken.

Omdat beide boeken een verschillende God belijden is het raadzaam om bij het lezen en bestuderen God te vragen om Zichzelf op de juiste manier te openbaren. Bid om inzicht en wijsheid bij het bestuderen van beide boeken.

Wees voorzichtig met het raadplegen van bronnen op internet. De Koran en de Bijbel zijn oorspronkelijke bronnen en goed om te raadplegen en om als leidraad te gebruiken.

Van de Koran is een Nederlandse versie verkrijgbaar, vertaald door Jeroen Rietberg en onder andere verkrijgbaar via www.bol.com.

De Bijbel is verkrijgbaar in onder andere; ‘de Statenvertaling’. Deze vertaling staat dicht bij de grondtekst maar kan wat moeilijk leesbaar zijn door het oude taalgebruik. De NBG vertaling is een goede vertaling en goed leesbaar. Het Boek is geschreven in de huidige Nederlandse taal. Het is verstandig om bij deze vertaling bijvoorbeeld een Statenvertaling te gebruiken voor de grondtekst. Ook de Naardense Bijbel is een fijne en betrouwbare vertaling.

Verder zijn er diverse studie Bijbels beschikbaar zoals ‘Het Nieuwe Leven, Praktisch Geloven’, Jongbloed Media of de ‘Zij Lacht’ Bijbel gericht op vrouwen.

Onderstaande link kan als hulpmiddel worden gebruikt om de verschillen tussen de Koran en de Bijbel te ontdekken. Het is raadzaam om de genoemde teksten ook te toetsen aan de hand van de Koran en de Bijbel.

https://www.debijbelvoorjou.nl/article/verschillen-tussen-de-bijbel-en-koran

Hindoeïsme

India bestaat uit een oppervlakte van meer dan de helft van de Verenigde Staten van Amerika en heeft een bevolking van meer dan 450 miljoen. Bijna driekwart van de bevolking zijn Hindoe.

Het grootste deel woont hiervan in de huidige staat India. De tweede grootste staat op Indisch gebied, Pakistan, is islamitisch. Het aantal moslims ligt rond de 90 miljoen.

In Ceylon en in een aantal randgebieden heeft het Boeddhisme zich weten te handhaven en telt rond de 15 miljoen aanhangers.

In enkele, moeilijk toegankelijke gebieden wonen nog steeds stammen met hun eigen primitieve cultuur en godsdienst.

Verder zijn er de Jaina’s, de Sikhs en is er een groei in het aantal Christenen.

De in India binnengevallen Arische volkeren brachten hun eigen godsdienst mee. De oudste oorkonden en heilige boeken van openbaring van deze religie zijn de Weda’s. Ze zijn geschreven in het Sanskrit en de naam betekent ‘Weten’.

Er bestaan vier Weda’s waarvan de Rigweda de oudste en belangrijkste is. Deze bevat voornamelijk lofgedichten op de goden. De Samaweda bestaat uit gezangen voor de offerdienst. De Yadzoerweda bevat de eigenlijke spreuken in verband met de offercultus en de Atharwaweda bestaat uit hymnen en teksten van magische aard.

Voor de gelovigen gelden de Weda’s als onfeilbare openbaring door heilige zieners.

Weda’s waren te heilig om op schrift te worden gesteld. Priesters moeten duizenden regels uit hun hoofd leren en deze op hun beurt weer doorgeven aan de leerlingen. Het op schrift zetten van de Weda’s moet dan ook een moeilijke stap zijn geweest.

De godenwereld is breed en gevarieerd. De hele wereld is vol met geesten en goden. De natuur wordt beleeft als manifestaties van hogere wezens met min of meer een persoonlijk karakter. De belangrijkste god is Indra. Hij is ‘de koning der goden’.

Indra is de goddelijke strijder en drakendoder die de mens beschermt. Deze goddelijke strijder drinkt de bedwelmende Soma. Dit is een heilige drank van de oude Indiërs die in de cultus een voorname plaats inneemt. De oude dichters hebben zijn beeld kennelijk met grote liefde tot in de details getekend. Met een rossig haar en een rossige baard en een getaande huid. Hij is ook de ‘god van de donder’ die op een gouden paard langs de rijdt en tot wiens beste vrienden ‘de goden van de storm’ behoren. Hij is de ‘uitbundige held’ van talrijke mythen.

Zijn grootste heilsdaad was de overwinning op Wurtra, de boze geest van de droogte die de hele wereld in zijn greep had. Hij is dan ook de ‘god van de regen en vruchtbaarheid’.

Als men ziet hoeveel aspecten een god kan vertonen, dan wil men graag het oorspronkelijk karakter van een god weten. Lange tijd heeft de wetenschap gemeend dat het naast elkaar voorkomen van uiteenlopende, en soms tegenstrijdige karaktertrekken, het beste verklaard kan worden door aan te nemen dat ‘een dergelijke god langs een historische weg is voortgekomen uit meerdere eenvoudige goden figuren’.

Je kunt het ook anders zien: ‘Elke belangrijke god heeft in wezen alle mogelijkheden in zich’. Men kan de goden niet in hokjes sorteren. ‘Elke god is in de essentie een grote god’ stelt de auteur. Het is niet zo dat de mens natuurverschijnselen vereert. Het is ‘niet de zon of de maan’ die de mens vereert [maar ‘de god’ achter de zon of de maan].

Aanvulling van de huidige schrijver:

[De tweede belichting blijft lastig. Allereerst omdat ‘de aanbidder’ van ‘de zon of de maan’ de ‘god achter de zon of maan’ niet goed kent. De ‘karaktertrekken’ en ‘de wil’ van deze god zijn vaak onduidelijk en onbekend. Ten tweede: Er wordt gesproken over meerdere goden. Hoe moet je al deze verschillende goden tevreden stellen als men deze god niet goed kent? Deze goden hebben zich doorgaans niet ‘geopenbaard’ in duidelijke geschriften. Het ‘geloof’ is doorgaans gebaseerd op overdracht van generatie op generaties en berust op aannames. Men probeert de goden gunstig te stellen maar hoe men dit precies moet doen is vaak onduidelijk waardoor mensen in voortdurende angst en onzekerheid blijven leven. Eén God die Zich geopenbaard heeft in Woord en Geschrift zou veel duidelijkheid en rust kunnen geven.]

Een andere belangrijke god is Wisjnoe. Hij heeft met drie grote stappen het heelal doorschreden. Ook de goden Waroena en Mitra zijn belangrijke goden.

Een gevreesd god is Roedra als ‘heer der demonen’. Zijn domein is de wildernis waar angst en verschrikking wonen. Zijn kleur is rood, de kleur van de dood. ‘Hij kan ziekten en rampen veroorzaken’. Maar deze zelfde god is ook: Sjiva is ‘de goede god’ die ‘ziekten geneest’ en ‘die mensen zegent’.

In feite hebben ‘alle goden het karakter van goed en kwaad in zich’ stelt de auteur.

Roedra is ook de ‘god van de viersprong’. Het kritieke en heilige punt waar twee wegen elkaar kruisen en waar twee richtingen samenkomen. Dat is vooral de plek waar men Roedra offers brengt. Opmerkelijk is dat deze belangrijke god niet tot de oorspronkelijke goden van de arische volken behoort, maar door de veroveraars van de overwonnenen is overgenomen. De Wedische godsdienst kent ook godinnen. Aditi is een moedergodin die de hemel draagt en en de aarde steunt.

De godin Oesjas staat voor ‘de Dageraad’. Zij wordt in veel liederen bezongen. ‘Dit licht is gekomen, het schoonste en helderste licht’.

Een andere belangrijke Wedische god is ‘de god van het vuur’ Agni. Talrijke hymnen zijn aan hem gewijd. Hij is de ‘god van het offervuur’ dat iedere morgen opnieuw verwekt wordt door het ‘manipuleren van de wrijfhouten’ waarvoor de oude Indiërs en vele andere volkeren aangewezen waren.

Verder bevat de Wedische religie veel meer goden.

In de Wedische godsdienst neemt het ritueel een centrale plaats in. Veel van de ceremoniën zijn min of meer van magische aard om te strijden tegen menselijke verlangens en om bepaalde doeleinden te bereiken. Men mag echter niet teveel nadruk leggen op het dwingend en automatisch handelen van dergelijke handelingen.

Een belangrijk ritueel bij de dood, begrafenis en voorouderverering is dat het lichaam wordt verbrand. De heiligheid van de koe verklaart waarom in dit ritueel koemest en koe urine als ‘heilige substantie’ kunnen gelden.

Naast het huisritueel bestaat het Sjrauta ritueel. De officiële cultus waarin de Brahmanen als priester optreden. De koe is een offerdier bij uitstek.

Als god van het offervuur speelt Agni een grote rol. Eén van de grootste offerfeesten was het Soma-offer. Dit is vernoemd naar de ‘heilige drank’ Soma. Soma is meer dan een bedwelmende drank. Het is ook een symbool voor leven en heil.

Over de oorsprong van de mens wordt in de oude Indische geschriften weinig gesproken.

De hoogste stand is de Brahmanen, de priesters. Dan volgen de Ksjatriya’s waartoe de koning behoort en de krijgers. De derde kaste zijn de Waisya’s of landbouwers, en onderaan staan de dienstbaren, de Sjoedra’s.

Een groot Roemeense kenner van de Oosterse godsdiensten heeft geschreven dat de Indische godsdiensten zich vooral rondom vier fundamentele concepties concentreren: ‘Idées forces’.

  1. De wet van de universele causaliteit die de mens solidair maakt met de kosmos en hem ertoe veroordeelt om voor onbepaalde tijd wedergeboren te worden. De wet van het karma.
  2. Het mysterieuze proces dat de kosmos doet ontstaan en in stand houdt; Máya.
  3. De absolute werkelijkheid die zich ergens achter of boven de schijn der dingen moet bevinden en met verschillende namen wordt aangeduid.
  4. De middelen om uit de ontgoocheling der onwetendheid bevrijd te worden en om aan deze absolute werkelijkheid deelachtig te worden.

Het Hindoeïsme kent geen vaste dogmatiek zoals het Christendom en de Islam dit kent.

Zes grote scholen in het Hindoeïsme :

  1. De Mimaanse school, gericht op de uiteenzetting van de werken en rituele handelingen.
  2. De Wedáanta school, die zich richt ‘op het einde van de Weda’. Men houdt zich bezig met de Oepanisjaden die na de Weda’s komen. Men probeert tegensprekende mededelingen uit de heilige boeken met elkaar in overeenstemming te brengen en tot een systeem samen te voegen. Hiervan leggen voornamelijk de zogenaamde Braham Soetra’s getuigenis af.
  3. De Saankhya school welke in beginsel wordt teruggevoerd op Kápilla, waarschijnlijk een mythisch figuur. De school moet onder andere leiden tot inzicht en verlossing.
  4. De Waisjésjika school. Dit is een soort van religieuze natuurfilosofie op theïstische grondslag waarin alles wat bestaat in categorieën is ingedeeld.
  5. Bij de Nyáya school speelt logica een grote rol. Deze is later één geworden met de Waisjésjika school.
  6. De school van Yoga, wat verlossing moet bewerken door training en concentratie.

De grondslagen van Yoga zijn door Pátandzjali in de Yoga Soetra’s vastgelegd. De eigenlijke yoga is meer dan een methode ter verlossing dan een systeem van wijsgerige [kritische denkers] of geloofsvoorstellingen.

Het geloof in een persoonlijk God staat onder druk.

Het woord yoga is taalkundig verwoord aan het woord ‘juk’ wat ‘inspanning’ betekent. Je kan dit woord ook figuurlijk gebruiken: De mens moet zich inspannen door training en concentratie. De inspanning van yoga is een tot in details geleide en gerichte methode waarin niets aan toeval is overgelaten.

De wortels van yoga kunnen komen vanuit het Sjamanisme.

De yoga zoals men kent in Europa en Amerika wijkt af van de oorspronkelijke methode. In de basis volgt yoga beoefening een klassiek schema van talrijke godsdiensten die de dood zien als inwijding van het leven. De oorspronkelijke yoga begint met een studie Weda’s en andere heilige teksten. Pas daarna volgt de eigenlijke cursus met acht op elkaar volgende trappen.

  1. De mens moet leren zichzelf in bedwang te houden.
  2. Door allerlei observanties en asketische praktijken moet de ‘innerlijke loutering’ gaan werken.
  3. Het beoefenen van bepaalde lichaamshoudingen om de geestelijke concentratie te bevorderen.
  4. De regeling van de ademhaling.
  5. Organen leren beheersen.
  6. Het overwinnen van de tegenwerkende kracht in het lichaam en het leren concentreren.
  7. Hieruit voert meditatie voort. Men doorloopt verschillende ‘geestestoestanden’.
  8. Het volledig geïsoleerd raken van het huidig bestaan en vereniging met de godheid.

[Hieruit blijkt dat de oorspronkelijke yoga in relatie staat met verschillende godsdiensten en ‘de mens’ in harmonie probeert te komen met een ‘bepaalde god’.]

Kan een mens zichzelf verlossen of moet een mens verlost worden? Eerder genoemde systemen bespreken alleen ‘de weg van zelfverlossing’.

Rond de derde eeuw voor Christus ontstaan er meerdere leringen zoals: ‘een mens kan zonder de genade van de godheid de verlossing niet bereiken’. Vergelijkbaar met het onderwijs in het christendom. In de veertiende eeuw na Christus ontstaan er twee scholen:

  1. De leer van de Ténkalais is ‘de Kattenweg’.
  2. De leer van de Wadakalais is ‘de Apenweg’.

Bij gevaar klampt het apenjong zichzelf vast aan de moeder en wordt, terwijl deze zichzelf redt, door medewerking gered. De kat neemt bij gevaar haar jongen in de bek zonder dat het jong iets doet. En zo worden ze gered zuiver passief. Men spreekt van de kat en aap school.

De Noordelijke school leert dat men de goddelijke genade kan verwerven door de juiste werken en juist inzicht, de Zuidelijke school leert dat voor de genade geen prijs gekocht kan worden en dat ze vrij en onweerstaanbaar is. Alle hulpmiddelen zijn nutteloos. Het komt op de ‘bekering van het hart’ aan. Goede werken zijn volgens deze school alleen maar een hinderpaal op de weg naar verlossing. Alleen God is de volmaakt helper. Dit is het hart van de Bhakti-Vroomheid die men wel als ‘de concurrent van het christendom’ heeft willen voorstellen.

De belangrijkste, verlossende god hierin is Wisjnoe.

Invloed van de moderne beschaving op het Hindoeïsme

Een van de bekendste onder Westerse invloed ontstane stromingen is de Brahma-Samaadzj, gesticht in 1828 door Ram Mohan Ray. Hij was orthodox-Brahmaans opgevoed maar bestudeerde zowel het Boeddhisme als het Christendom. Hij kwam tot de overtuiging dat er slechts één God bestond en dat deze God was die in alle godsdiensten werd aangeroepen. Hij had ook veel belangstelling voor sociale vragen en ageerde onder andere tegen de weduwen verbranding. Hij bleef in zoverre een goede Hindoe dat hij de overtuiging was toegedaan dat hij met zijn hervormingen het oorspronkelijk geloof der Weda’s weer in reinheid herstelde.

Na zijn dood splitsten zijn aanhangers in twee groepen. De geloofsbelijdenis luidt:

  1. God is een Persoon met hoge zedelijke eigenschappen.
  2. God wordt nooit geïncarneerd.
  3. God hoort en verhoort onze gebeden.
  4. God mag slechts in de geest vereerd worden.
  5. Berouw en ophouden met zondigen zijn de enige middelen die tot vergeving en verlossing leiden.
  6. God openbaart Zich onmiddellijk aan een mens en in de natuur. Geen enkel boek is bindend.

Tegenover het syncretistische en universalistische standpunt van de Brahma-Samaadzj verdedigde de in 1875 gestichte Aarya Samaadzj juist dat de Weda’ s de heilsleer voor de gehele wereld bevatten. De mythen van een Arisch ras van nobele heersers en van een volmaakte oerreligie spelen hierbij een grote rol. Door meditatie treden ze in contact met de actuele en goddelijke krachten die de wereld doorstromen.

Syncretisme is in de godsdienstwetenschappen het naar elkaar toegroeien van religies, een poging om uiteenliggende of tegengestelde geloven en religies met elkaar te combineren.

Onder invloed van de moderne industriële beschaving is het Hindoeïsme aan grote schokken blootgesteld. Deze storende invloeden betreffen minder wat we de leerstellige zijde zouden noemen, dan wel de daarmee verbonden rituele en sociale voorschriften en toestanden. De reinheidsvoorschriften van de Brahmanen zijn in de moderne maatschappij niet meer te handhaven behalve voor een enkeling die zich kan afzonderen. Het Indische kastenstelsel dat zo nauw met de religie is verweven is in strijd met de moderne inzichten en aanzien van de gelijkheid van mensen en is, afgezien daarvan, in een modern type van maatschappij toch in elk geval gedoemd om spoedig door andere instellingen vervangen te worden.

Wat betreft de verering van de privé godheid thuis en in de tempel cultus, kan men vaststellen dat men in Zuid India hier meer aan wordt vastgehouden dan in Noord India. In dit laatste gebied beoefenen vrijwel alleen vrouwen nog de religieuze praktijk terwijl in in het eerste vele mannen, ook academici, haar nog in acht nemen.

Verscheidene intellectuelen hebben van het geloof van hun voorvaderen weinig meer overgehouden. Er is meer belangstelling voor een goede carrière en politiek.

Hoe het Hindoeïsme zich in de toekomst zal ontwikkelen is onzeker.

Boeddhisme

Over het historische optreden van de Boeddha weten we met zekerheid slechts vrij weinig. Zelfs de tijd waarin hij leefde was lang onzeker, al staat nu wel vast dat Boeddha omstreeks voor 480 voor Christus is overleden.

De vrome legende heeft zich zodanig van dit leven meester gemaakt dat het bij het ontbreken van andere bronnen vrijwel onmogelijk is om de historische werkelijkheid en vrome verbeelding te scheiden. Dit schrijven richt zich dan ook slechts op de legendarische levensbeschrijving van de Boeddhistische traditie. Dat komt overeen met ‘een goed Boeddhistische geest’.

Opmerkelijk

De Indische godsdiensten in het algemeen, en het Boeddhisme misschien wel zeer in het bijzonder, staan tegenover de geschiedenis, anders dan we gewend zijn met onze nadruk op het al of niet historisch zijn van bepaalde gebeurtenissen. Zo is het Christendom de historiciteit van de heilsfeiten een van de centrale punten waarover vaak gestreden is. Voor veel christenen zou het Christendom ten val komen als bewezen kon worden dat deze heilsfeiten niet historisch waar zijn. Ook in de Islam is de geschiedenis van betekenis. In het Boeddhisme is dit heel anders. Weliswaar kent onze wereldperiode slechts één Boeddha, maar zijn er ontelbare Boeddha’s geweest en er zullen er nog vele komen en het leven van al deze Boeddha’s is in wezen gelijk. De historische aankleding van elk mag verschillen, maar dit is van weinig betekenis voor de leer die Boeddha niet alleen met woorden heeft gepredikt maar ook met zijn leven. Een Boeddhist mag de levensgeschiedenis van de Boeddha voor historie of voor legende houden, zonder dat dit een probleem voor zijn geweten hoeft te zijn. Deze houding typeert de instelling van de Boeddhist tegenover vele andere problemen.

Tot op heden worden in het Christendom vele relieken vereerd.

Aanvulling hierop van de huidige schrijver:

Het is opmerkelijk dat er binnen het Christendom, en met name binnen de Rooms Katholieke Kerk, historische gelovigen als heiligen worden vereerd zoals de apostel Paulus, Petrus en Maria. Dit is bijzonder omdat de Bijbel specifiek leert dat men alleen God mag eren en aanbidden en absoluut geen engelen of overleden mensen.

Eren in de zin van ‘eert uw vader en uw moeder’ heeft een andere betekenis. Dit staat meer in relatie tot het hebben van respect en waardering voor elkaar. En dit laten blijken door een juiste en gezonde levenshouding. Niet alleen in woorden maar ook in daden.

Ook Jezus wordt aanbeden. Hij maakt echter deel uit van de Goddelijke Drie-Eenheid: De Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Een aards persoon zoals Maria is nooit verheven tot een Goddelijke status en mag men daarom vanuit zuiver Bijbels perspectief gezien niet aanbidden of eren.

Iedere gelovige die God wil gehoorzamen, aanvaart Zijn Zoon Jezus. Door Jezus volledige overgave en sterven heeft Hij ons volmaakte gehoorzaamheid geleerd. Alleen door Jezus is redding en verlossing mogelijk. Het maakt onderdeel uit van Gods plan.

Door volledige aanvaarding, overgave en gehoorzaamheid wordt een mens gered en in Gods ogen niet meer gezien als zondaar. God ziet deze persoon gewassen en gereinigd door het bloed van Zijn Zoon. Iedere gelovige is in die zin dan ook een heilige. God heeft door de geschiedenis heen laten zien dat Hij sommige personen op een bijzondere manier kan roepen en kan en inzetten. God wil echter niet dat mensen andere gelovigen gaan aanbidden en eren. Die eer komt alleen God toe.

Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem. Matteüs 4:10.

En Jezus zeide en antwoordde tegen hem; “Er staat geschreven: Gij zult de Here, uw God, aanbidden en Hem alleen dienen. Lucas 4:8.

God aanbidden in Geest en in Waarheid. Johannes 4:21-24.

Alle volgelingen van de Heer God weigeren aanbeden te worden. Petrus en de apostels weigerden aanbeden te worden. Handelingen 10:25-26; 14:13-14.

De heilige engelen weigerden aanbeden te worden. Openbaring 19:10; 22:9.

De reactie is altijd hetzelfde: “Aanbid alleen God!”.

Jezus is verheven boven de engelen

Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen.’  Hebreeën 1:4.

Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: ‘U bent Mijn Zoon’.

Hebreeën 1:5


Jezus is de eeuwige Koning

Psalm 2:7

Vers 8 tot 12 van Hebreeën 1 citeert drie andere psalmen: Psalm 45:7, Psalm 102:26-28 en Psalm 110:1. De macht die Jezus hier toegeschreven krijgt, hebben de engelen nooit ontvangen. Jezus is de enige die aan Gods rechterhand zit. De engelen aanbidden Hem, knielen voor Hem neer en worden door Hem uitgezonden. Jezus was er al vanaf het begin van de wereld. Door Hem is alles gemaakt. Dit staat wordt in meerdere hoofdstukken genoemd waaronder in Hebreeën 1:2.

Jezus is Gods openbaring. Hij laat zien hoe heerlijk God is en Hij heeft ervoor gezorgd dat we van onze zonden gereinigd kunnen worden. Alleen Jezus heeft dat kunnen doen. Engelen konden dat niet. Offers van mensen konden dat niet. Daar gaan de volgende hoofdstukken van de Hebreeën brief over. Alleen Jezus verdient eerbied, vertrouwen en aandacht. Dat is waar de schrijver mee afsluit in Hebreeën 2:1-4. Hij spoort ons aan om vast te houden aan de zaligheid die Jezus ons gegeven heeft.

Vervolg van het Boeddhisme volgens het boek van Prof.Dr. TH. P. van Baaren:

Ook in het Boeddhisme bloeit de verering van relieken.

De Boeddha is verwekt in de Lente. Zijn moeder was de koningin Maya. Ze wordt beschreven als een volmaakte schoonheid. De Boeddha heeft geen aarde vader gehad, maar een heilig wezen is uit de hemel neergedaald en heeft op wonderlijke wijze de koningin bevrucht.

Aanvulling van de huidige schrijver:

Dit is vergelijkbaar met het verhaal vanuit het Christendom waar Maria bevrucht werd door de Heilige Geest.

Ze droomde dat zij een witte olifant met zes slagtanden zag die uit de ruimte neerdaalde en haar rechterzijde binnentrad. En toen de morgen aanbrak sprak de koningin: ‘O Maharadzja, weet dat ik vorige nacht een droom heb gehad, want er verscheen aan mij een witte olifant die in mijn rechterzijde binnentrad en mij een grote vreugde gaf die ik nog nooit gekend heb. Vanaf nu wil ik nooit meer aan enig zinnelijke genietingen deel hebben, en ik vraag je iemand te vinden die de droom kan uitleggen die mij dit wonderlijke visioen kan uitleggen’.

Toelichting van de huidige schrijver:

Dit verhaal is deels vergelijkbaar met het verhaal in de Bijbel van het Christendom wat gaat over de droom van Nebukadnezar waar hij wijzen, waarzeggers, tovenaars en geleerden bij zich liet roepen om zijn droom en visioen uit te leggen. Zij konden dit niet en uiteindelijk legde Daniel als ‘man van God’ de droom uit. Het bleek een profetische droom te zijn die voorspelde wat er zou gaan gebeuren. Dit visioen is later uitgekomen. Daniel 2.

De wijze Brahmanen worden geroepen en vertellen de koning dat het een gunstige droom is geweest. “Uwe Majesteit moet nu de koningin met speciale eerbied behandelen want het kind in haar schoot zal zeker een heilig kind zijn en later tot volmaakte wijsheid zal komen. Zijn naam zal einde en verre gekend worden”.

Aanvulling van de huidige schrijver:

Ook deze uitleg is vergelijkbaar met de verhalen in de Bijbel van het Christendom waarin Jezus geboorte, grote Naam en betekenis, wordt aangekondigd.

Als de koningin de tijd van de bevalling voelt naderen, begeeft zij zich naar het park Loembini waar alles voor haar in gereedheid wordt gebracht. In de tweede maand van de lente, onder het prieel van een boom, werd de Boeddha op wonderbaarlijke wijze geboren. Zijn eerste daad was een symbolische in bezitneming van de gehele wereld door in ieder ‘der vier windrichtingen’ zeven passen te doen. Bij iedere stap sprong een lotusbloem uit de aarde op. De hofdames van de koningin doen mededeling van de geboorte aan de minister van de koning en deze brengt dit weer over:

‘Moge de koning voor altijd geëerd worden! Want Maya de koningin is uitgegaan in het park van Loembini en heeft daar een zoon voortgebracht wiens huid de kleur heeft van zuiver goud. En bij zijn geboorte was er een vreemd licht en hemelse muziek en de goden hebben hem een wieg gegeven”.

De koning vroeg zich af hoe hij dit kind zou noemen en besloot: “Ik zal hem Siddharta noemen, wat volmaakte vervulling betekent, omdat op de dag van zijn geboorte alle dingen volmaakt zijn verlopen”.

Ook dit verhaal heeft deels overeenkomsten met de geschiedenis in de Bijbel waar de engelen verschenen en zongen “Ere zij God, Vrede op aarde”.

Het uiterlijk van de jonge prins was bijzonder wat hij bezat ’32 tekenen van volmaaktheid’ waarvan de drie belangrijkste zijn een cirkel van stralen onder iedere voetzool, een cirkel van zacht donshaar tussen beide wenkbrauwen en een zwelling op de kruin van het hoofd.

De aanstaande Boeddha groeide op en werd 19 jaar. Zijn vader liet drie paleizen voor hem bouwen. Een voor elk der drie seizoenen. Alles werd gedaan om de jonge prins te behagen want zijn vader wilde dat hij een groot koning zou worden en niet het leven zou gaan leiden als een bedelmonnik.

Op advies van zijn ministers bouwde hij nog een vierde paleis vol schone vrouwen en meisjes in de hoop de jonge man door zinnelijk genot aan de wereld te binden. Ook een huwelijk werd op listige wijze gearrangeerd en een tijd lang scheen de prins met dit leven genoegen te nemen.

Er kwam een moment waarin het verlangen in hem opkwam om ook de wereld buiten zijn eigen lusthof in ogenschouw te nemen en dit leidde tot de vier ontmoetingen die een beslissende ommekeer in zijn leven teweeg zouden brengen.

De vier ontmoetingen

De koning deed er alles aan om de prins in de waan van een gelukkige wereld te doen volharden maar de Dewa’s, oftewel de goden, zorgden ervoor dat de prins de verschijning van een vervallen oude man ontmoette.

Later ontmoet de prins een zieke en een dode. En bij zijn vierde ontmoeting ontmoet hij een bedelmonnik met een pelgrimsstaf en een bedelnap. In dit gesprek vraagt de prins hoe hij net zo kan worden als de bedelmonnik waarop deze antwoord:

“Verheven jongeling, als u erin slaagt de begeerten van het vlees als voorbijgaand te beschouwen, als gij geen kwaad kunt denken en geen kwaad meer kunt doen, maar integendeel alle levende wezens goed doen, dan zijt gij op de weg om iemand zonder tehuis te worden”. Dit laatste is een aanduiding voor de rondreizende monniken, maar het betekent meer dan alleen wat het letterlijk uitdrukt. Want de ware Boeddhist heeft inderdaad in het geheel geen huis meer, niet alleen op aarde maar ook niet in de één of andere hemel.

Dit is een keerpunt in het leven van prins Siddharta.

Hij kan geen vrede en rust meer vinden in zijn paleis.

Hij knipt zijn haar af en kleedt zich in een eenvoudig gewaad. En zo gaat hij op zoek naar de waarheid.

Aanvulling van de huidige schrijver:

Dit verhaal laat ook de beperkingen en de menselijke kant zien van de prins. De volmaaktheid van de prins staat in dit verhaal onder druk ondanks zijn ‘goede hart en streven’. In de Bijbel van het Christendom wordt over Jezus geschreven dat Hij nooit heeft toegegeven aan enige vorm van zonde.

Het boekje van Prof. Dr. TH P. van Baaren bevat nog veel meer informatie over het Boeddhisme en behandeld ook andere godsdiensten van Azië zoals het Parisme, de godsdiensten van Tibet, het Dzjainisme, de godsdiensten van China; het Chinese Universum en het Taoïsme , de godsdiensten van Japan; Het Shintoïsme en het Zen Boeddhisme.

In de basis hebben deze godsdiensten dezelfde overeenkomsten en worden op deze website daarom ook niet allemaal uitgebreid behandeld. Ieder individu is persoonlijk verantwoordelijk voor zijn eigen onderzoek en uiteindelijke keus.

Dat de uiteindelijke keus van enorme impact zal zijn is geen onzekerheid maar een absolute feitelijkheid en waarheid wat geen ruimte biedt voor enige discussie.

Indruk in Procenten

De grootste godsdiensten zijn het Christendom met ongeveer 2,4 miljard mensen wat rond de 30 procent van de wereldbevolking is. De Islam ligt rond de 24 procent, het Hindoeïsme ligt rond de 15 procent en het Boeddhisme ligt rond de 6 procent van de wereldbevolking.